|
De mensen die het hardste werken hebben vaak de luiste geest, zo wordt wel beweerd. Ik weet niet of inkopers denklui zijn, ik weet wel dat zij het druk hebben gekregen. De hand op de knip en de kosten omlaag en opeens waren alle ogen op de inkoper gevestigd: besparen op de inkoop, minder leveranciers, minder dure facturen.
Vaak werd dit projectmatig aangepakt. Aan de dagelijkse inkoop veranderde niet zoveel: inkopers besteden nog steeds 80% van hun (steeds kostbaardere ) tijd aan 20% van de inkoopomzet. Dat is de omzet waar weer 80% van het leveranciersbestand aan vast zit. In die 20% van de inkoopomzet zit de facilitaire inkoop, een heel divers pakket - van leaseauto tot beveiliging en van kantoorartikelen tot catering - dat helemaal niets van doen heeft met de kernactiviteiten. Toch zijn we daar elke dag druk mee en wordt elke dag het wiel honderden (duizenden?) keren opnieuw uitgevonden. De definitie van waanzin. Als ik het in uw organisatie voor het zeggen had, dan besteedde ik dit soort inkoop uit. Over het uitbesteden van inkoopwerkzaamheden hielden we laatst een ronde tafel bijeenkomst. Niet helemaal verrassend: het gebeurt bijna niet. En in het enkele geval dat het wel gebeurt, is dat in de profitsector. Uit onderzoek van mijn collega’s Wim Nieland en Marc Prins blijkt dat de overheid nog nauwelijks wakker is. Hier ligt een schone taak te wachten voor Siep Eilander, de eerste chief procurement officer bij de rijksoverheid. Het uitbesteden van de inkoop van de niet strategische goederen en diensten zou ook voor de inkoper louterend zijn. In plaats van de dingen goed te doen, kan hij zich concentreren op de goede dingen doen. Hij loopt zich niet meer de blaren op de voeten, maar leunt rustig achterover en denkt na over gewichtige zaken. Daar komt bij dat we een nieuwe fase van groei zijn ingegaan. Inkopers kunnen die groei ondersteunen, maar niet als zij de handen vol hebben aan energievretende achterhoedegevechten over de kroketten in de kantine. |