|
Zoetermeer, 1 november 2006. De NEVI DPA PMI® noteerde in oktober een cijfer van 56.7, gedaald van 57.7 in september, wat duidt op een robuuste verbetering van de bedrijfsomstandigheden binnen de Nederlandse productiesector.
Hoewel de mate van groei het laagst was in zeven maanden, ligt de groei nog steeds ver boven het onderzoeksgemiddelde. Voor de zestiende achtereenvolgende maand verbeterden de omstandigheden in de Nederlandse productiesector. De sterke vraag leidde opnieuw tot een robuuste stijging van het aantal nieuwe orders en de daarmee samenhangende productieniveaus. De inkoopprijsinflatie bleef in oktober scherp stijgen. De verlenging van de gemiddelde levertijden en de verwachte prijsstijgingen van grondstoffen leidden tot de sterkste uitbreiding van de voorraad ingekochte materialen sinds augustus 2004. Het hogere aantal ontvangen nieuwe orders was de hoofdoorzaak voor de groei deze maand. Dit kwam door de hogere vraag uit zowel het binnen- als het buitenland. Wel zakte de mate van groei tot het laagste niveau in twaalf maanden. De Nederlandse productie bleef in robuuste mate stijgen, hoewel in het laagste tempo van het afgelopen jaar. De robuuste productiegroei en de uitbreiding van de werkgelegenheid konden een duidelijke stijging van de hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk echter niet voorkomen. Als nieuwe orders niet konden worden voldaan door de huidige productie, werden deze direct uit voorraad geleverd. Dit leidde opnieuw tot een sterke daling van de voorraad gereed product. De levertijden bleven in oktober opnieuw sterk stijgen, voor de achtendertigste achtereenvolgende maand. De hoge vraag naar materiaal droeg bij aan de scherpe stijging van de gemiddelde inkoopprijzen. De Nederlandse producenten verhoogden de verkoopprijzen flink. Doelbewust opbouwbeleid van de voorraad leidde tot de sterkste uitbreiding van de voorraad ingekochte materialen in zesentwintig maanden Drie indices uitgelicht: PRODUCTIE INDEX De seizoensmatig aangepaste Productie index noteerde in oktober een cijfer van 55.4, gedaald van 55.7 in september. Dit duidt voor de achttiende achtereenvolgende maand op een uitbreiding van de productie van de Nederlandse productiesector. Hoewel het tempo van deze recente productiegroei het laagst was van het afgelopen jaar, ligt dit cijfer ver boven het onderzoeksgemiddelde. De panelleden meldden dat het aantal ontvangen nieuwe orders en in sommige gevallen de verhoogde capaciteit in hun fabrieken de oorzaak waren voor deze robuuste productiegroei in oktober. WERKGELEGENHEIDSINDEX De seizoensmatig aangepaste Werkgelegenheid index kwam in oktober uit op 52.9, gedaald van 54.1 in september, wat voor de achtste achtereenvolgende maand duidt op een uitbreiding van de werkgelegenheid binnen de Nederlandse productiesector. Enkele panelbedrijven noteerden hun personeelsbestand te hebben uitgebreid om hun productiecapaciteit te verhogen en te voldoen aan de hoeveelheid onvoltooid of nog niet uigevoerd werk. Ook werd de sterke werkgelegenheidsgroei in sommige gevallen toegeschreven aan de lancering van nieuwe producten. INKOOPPRIJS INDEX Ongeveer de helft van de panelbedrijven noteerde hogere inkoopprijzen vergeleken met de voorafgaande maand, wat opnieuw een scherpe inkoopprijsinflatie aangeeft. De seizoensmatig aangepaste Inkoopprijs index kwam uit op een cijfer van 74.0, gedaald van 75.5 in september, wat opnieuw duidt op een toenemende teruggang van de inkoopprijsinflatie sinds het hoogtepunt van juli. Dit werd toegeschreven aan de hogere energiekosten en het tekort aan grondstoffen. |