|
Men neme fosfor (P2O5), voege daar kalium (K2O) en een snufje stikstof (N) aan toe, en ziehier: POKON. Je moet er maar opkomen. Mijnheer Bendien kwam erop, bouwde er een kleine multinational mee op en werd terecht steenrijk.
De merknaam werd een soortnaam en is inmiddels in Van Dale terug te vinden. Dan heb je iets moois om op terug te kijken. De inkoper heeft dat ook. Geholpen door de diepe recessie direct aan het begin van het nieuwe millennium, kwam hij in beeld toen organisaties als wilden gingen snoeien, zagen en kappen. De inkoper tuigde het ene na het andere besparingsproject op, haalde de stofkam door het leveranciersbestand, bundelde inkoopvolumes en sloot messcherpe contracten af. Dat leverde veel geld op, vaak zo veel dat bestuurders het schaamrood naar de kaken steeg (toch wel erg weinig aandacht aan inkoop besteed in het verleden…), en zorgde ervoor dat bedrijven niet failliet gingen. De inkoper is dus nu het gevierde mannetje (m/v). Maar inmiddels zijn we al weer andere wateren binnengevaren. De economie groeit en de orders vliegen als gebraden kippetjes naar binnen. Daar sta je dan als kampioen cost cutter. Het bedrijf staat na jaren van kostenbesparingen als een anorexia nervosa patiënt te wankelen op de spillepootjes. Gelukkig is er eindelijk weer zicht op groei. Er is slechts één maar, kan inkoop dat wel aan? Snoeien is veel eenvoudiger dan doen groeien. En aan die groei zou inkoop juist moeten bijdragen. Wat POKON is voor planten, dat is inkoop voor het bedrijf in het huidige tijdsgewricht. Inkoop zorgt dat het bedrijf de orderstroom aankan. Inkoop zoekt nieuwe toeleveranciers in lage lonen landen. Inkoop stelt voldoende engineering capaciteit zeker. De inkoper die zijn vak echt beheerst en gevoel voor de tijdgeest heeft, weet de juiste toeleveranciers aan zich te binden. Kortom: de goede inkoper zet vol in op pokoninkoop. Zijn collega die de smaak van het vermageren te veel te pakken heeft gekregen, jaagt de anorexia patiënt over de kling. |