|
Zoetermeer, 1 maart 2007. De NEVI DPA PMI® noteerde in februari 58.0, gestegen van 56.3 in januari. Dit is het hoogste cijfer sinds augustus 2006 en betekent de twintigste achtereenvolgende maand van groei binnen de Nederlandse productiesector.
De productie en de nieuwe orders groeiden, en de uitbreiding van de werkgelegenheid was zelfs het grootst sinds het begin van het onderzoek. Toch nam het gebrek aan productiecapaciteit toe, met als gevolg een toename van het onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk. Bovendien was de gemiddelde verkoopprijsinflatie het sterkst in de geschiedenis van het onderzoek. De productie breidde uit in de sterkste mate in zes maanden. De vraag uit zowel binnen- als buitenland was groot. De werkgelegenheid binnen de Nederlandse productiesector liet in februari de sterkste uitbreiding zien in de geschiedenis van het onderzoek. Desondanks bleef de hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk flink stijgen, voor de vijftiende achtereenvolgende maand. De inkoopactiviteit van de Nederlandse producenten steeg sterk, maar de voorraad ingekocht materiaal bleef grotendeels ongewijzigd. De voorraad gereed product bleef slinken, zij het in iets mindere mate dan in januari. In februari noteerden de respondenten opnieuw een verlenging van de gemiddelde levertijden. De verkoopprijzen stegen in de sterkste mate sinds het begin van het onderzoek. Ondertussen nam de inkoopprijsinflatie iets af vergeleken met de voorafgaande maand, hoewel deze niettemin sterk bleef.. Drie indices uitgelicht: PRODUCTIE INDEX In februari werd opnieuw een uitbreiding genoteerd van de productie binnen de Nederlandse productiesector. Het tempo hiervan was het hoogst in de afgelopen zes maanden. De seizoensmatig aangepaste Productie index kwam uit op een cijfer van 57.1, vergeleken met 55.0 in januari, wat wijst op een robuuste productiegroei. De panelleden meldden hun productie te hebben verhoogd als gevolg van de hogere verkoop. VERKOOPPRIJS INDEX Februari liet de scherpste stijging van de gemiddelde verkoopprijsinflatie zien sinds het begin van het onderzoek, wat de panelbedrijven toeschreven aan het doorberekenen van de hogere grondstoffen prijzen aan hun klanten. De seizoensmatig aangepaste Verkoopprijs index noteerde een cijfer van 62.0, gestegen van 61.2 in januari, wat op de grootste stijging van de gemiddelde verkoopprijzen duidt in de geschiedenis van het onderzoek.. INKOOPPRIJS INDEX De februarigegevens duiden op een scherpe stijging van de gemiddelde inkoopprijzen, hoewel de mate hiervan iets minder was dan in de voorafgaande maand. De seizoensmatig aangepaste Inkoopprijs index kwam uit op 69.2, ten opzichte van 69.8 in januari. Meer dan vijfenveertig procent van de panelleden noteerde hogere gemiddelde inkoopprijzen, tegenover ongeveer vier procent dat een daling aangaf. Er werd melding gedaan van hogere prijzen voor energie en diverse grondstoffen..
|