Home > Columns & nieuws > Sterke groei, hoge inkoopprijsinflatie

Sterke groei, hoge inkoopprijsinflatie

Zoetermeer, 1 mei 2007. De NEVI DPA PMI® noteerde in april een cijfer van 56.4, lager dan 58.5 in maart. Dit betekent dat de bedrijfsomstandigheden in de Nederlandse productiesector voor de tweeëntwintigste achtereenvolgende maand verbeterden.

De productiegroei en de toename van het aantal ontvangen nieuwe orders handhaafden zich en de bedrijven trokken opnieuw meer personeelsleden aan. Minder positief was een stijging van de inkoopprijsinflatie tot een piekwaarde voor de afgelopen vijf maanden.

De productie groeide in april minder snel dan de voorafgaande vier maanden, maar vertoonde toch een sterke stijging. Promotionele en marketingactiviteiten door de Nederlandse producenten droegen bij aan de stijging van het aantal ontvangen nieuwe orders, zij het dat deze groei het laagste was tot nu toe in 2007. De panelleden noteerden een verdere stijging van de hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk. Het groeitempo was echter het laagst sinds december 2005. De Nederlandse producenten breidden hun personeelsbestand duidelijk uit.

Het grotere aantal ontvangen nieuwe orders leidde tot een verdere daling van de voorraad gereed product in april, zij het in het laagste tempo sinds oktober 2006. De grotere inkoopactiviteit was mede verantwoordelijk voor de marginale stijging van de voorraad ingekocht materiaal. De grotere inkoopactiviteit zorgde voor een duidelijke verdere verslechtering van de gemiddelde levertijden in april. Voor de vierenveertigste achtereenvolgende maand werden de levertijden langer.

De panelleden noteerden een sterke stijging van hun gemiddelde kosten. De inkoopprijsinflatie bereikte een piekwaarde voor de afgelopen vijf maanden. Ook al was de verkoopprijsinflatie in april iets lager dan in maart, toch verhoogden de panelleden opnieuw hun verkoopprijzen duidelijk. De verkoopprijsinflatie bleef echter aanzienlijk lager dan de inkoopprijsinflatie, wat aangeeft dat de marges van de bedrijven onder druk staan.

Drie indices uitgelicht:

PRODUCTIE INDEX
Ondanks dat in april het laagste cijfer van de afgelopen vier maanden werd genoteerd, maakten de Nederlandse producenten opnieuw melding van een verhoging van hun productieniveaus. Dit werd aangegeven door de seizoensmatig aangepaste Productie index die in april op 54.2 eindigde, vergeleken met 56.3 in maart. De redenen die de panelleden voor deze productiestijging opgaven, waren hogere verkoopvolumes en gunstige marktomstandigheden.

VERKOOPPRIJS INDEX
De panelbedrijven maakten opnieuw melding van een grote stijging van de verkoopprijzen in april, ondanks dat de inflatie minder snel toenam dan de piekwaarde in maart. De bedrijven meldden dat ze hun verkoopprijzen verhoogden vanwege de gunstige marktomstandigheden en in een poging om de hogere gemiddelde kosten aan hun klanten door te berekenen. De seizoensmatig aangepaste Verkoopprijs index van april was 61.5, vergeleken met 63.5 de voorafgaande maand..

INKOOPPRIJS INDEX
De inkoopprijsinflatie steeg in april sneller dan de voorafgaande vijf maanden. De panelleden maakten melding van hogere loonkosten en hogere prijzen voor olie en verschillende metalen. De seizoensmatig aangepaste Inkoopprijs index steeg van 70.1 in maart naar 71.5 in april, waarbij circa 46% van de panelleden een stijging van de inkoopprijzen meldde.

afdrukken